Info i.v.m. soms onverklaarbare pijnen

.

Informatie voor patienten met MTrP Pijn

WAT IS EEN MYOFASCIAAL PIJNSYNDROOM?

Onder een myofasciaal pijnsyndroom verstaat men klachten in het houdings- en bewegingsapparaat die veroorzaakt
worden door de aanwezigheid van myofasciale triggerpoints. Een triggerpoint kan bewegingsbeperking, stijfheid,
krachtsverlies en pijnklachten veroorzaken. Myofasciale triggerpoints worden vaak over het hoofd gezien bij klachten en
pijn van het houdings- en bewegingsapparaat. De schattingen door onderzoekers gedaan naar het voorkomen van
myofasciale triggerpoints als oorzaak van pijnklachten in het spierstelsel variëren sterk van 21%-93%! Gebrek aan
diagnostische kenmerken, ongetraindheid van de onderzoekers, verschillen in de onderzochte patiëntengroepen en de
duur van de klachten veroorzaken deze verschillen.

WAT IS EEN MYOFASCIAAL TRIGGERPOINT?

Een myofasciaal triggerpoint (lees pijnlijke spierverharding) is een (zeer) drukpijnlijke plek in een dwarsgestreepte spier.
In de spierbuik kan men een strakke streng waarnemen en in deze streng zit een plaatselijke verdikking (ongeveer ter
grote van een tarwekorrel). Deze plek is pijnlijk bij druk en kan een karakteristieke uitstralingspijn doen ontstaan. De
patiënt herkent in de uitstralende pijn zijn klacht. Ook veroorzaakt een myofasciaal triggerpoint een veranderde
spierfunctie (b.v. spierkracht afname, spierverkorting etc.) en symptomen zoals toename van zweten, rillerig zijn,
duizelig/licht in het hoofd, wazig zien of koude handen (ook wel autonome symptomen genoemd).

WELKE SYMPTOMEN HEEFT EEN TRIGGERPOINT?

Bij belasten van de spier met een triggerpoint ervaart de patiënt pijn. Deze pijn is gelokaliseerd in een bepaald gebied
kenmerkend voor die spier. Elke spier heeft zijn eigen karakteristieke uitstralingsgebied.
– Stijfheid en verminderde spierfunctie. Maximaal verlengen geeft pijn, dus “leert” de spier te bewegen binnen de pijngrens. Er is sprake van een
verminderde bewegingsvrijheid wat zich uit in een spierverkorting.
– Door verkorting van de spier en door pijn tijdens activiteit kan de spier niet maximaal aanspannen, wat zich kan uiten in spierkracht afname.
– Vegetatieve reacties: veranderde zweetsecretie, onwel voelen, duizeligheid, overgevoeligheid van de huid (b.v. bij aanraking snel rood
worden), pijnlijke oog- en oorsymptomen.
– Coördinatie stoornis (zoals slechter wordend handschrift).
– Pijnvermijdingsgedrag, hetgeen zich uit door dwanghoudingen en beperkte functie.
– Iemand kan een sterk wisselend klachtenpatroon ervaren, waarbij de intensiteit en de plaats van de pijn kan variëren.

DIAGNOSTIEK VAN TRIGGERPOINTS

Deze begint met het herkenning van het pijngebied van de patiënt. De therapeut kijkt welke spieren de pijn (voor die spier
karakteristiek uitstralingsgebied) eventueel kunnen veroorzaken en onderzoekt deze spieren. Deze triggerpoints
bevinden zich in een verharde streng en voelen bij palpatie aan als een plaatselijke verdikking. De patiënt ervaart door
druk de herkenbare pijn. Tevens wordt er gekeken naar afname van spierkracht en spierlengte.

HOE ONTSTAAN TRIGGERPOINTS?

Een triggerpoint kan ontstaan door een acute (verkeerde beweging, ongeluk, blessure…) of chronische (langdurige verkeerde
werkhouding) overbelasting. Ten gevolge van deze overbelasting ontstaat er een ingewikkeld fysiologisch proces in de
spier op celniveau en er ontstaat een zichzelf onderhoudende vicieuze cirkel. Deze belastingen kunnen te maken
hebben met “beroepshoudingen” en leefgewoontes. Meestal ontstaan klachten door een samenhang van verschillende
factoren bijvoorbeeld: een combinatie van overbelasting van de betreffende spier (door werk of trauma etc.) met
ongunstige omstandigheden zoals stress, vermoeidheid, slechte voeding, spieren die niet kunnen ontspannen etc. Soms
is de oorzaak voor het ontstaan van de klacht voor een patiënt duidelijk (b.v. val van een trap) maar vaak weet men niet
precies de oorzaak en zijn de klachten geleidelijk ontstaan en toegenomen.

WAT MAAKT EEN TRIGGERPOINT PIJNLIJKER EN WAT VERMINDERT DE PIJN?

Verergering door:
– veelvuldig gebruik van de betreffende spier zonder pauze
– als tijdens het bewegen de spier plotseling verkort wordt
– afkoeling (schaarse kleding), transpiratie – druk op betreffende spier , b.v. knellende das, zware tas.
Vermindering door:
– korte periode van rust inbouwen tijdens het bewegen, pauzes
– langzaam rekken van de spier bijvoorbeeld onder een warme douche
– blokkeringspunten behandelen in een bad gevuld met warm water.

KLACHTEN ONDERHOUDENDE FACTOREN

Talrijke factoren kunnen het bestaan van myofasciale triggerpoints onderhouden. Vooral bij patiënten met chronische
myofasciale pijn is aandacht voor deze factoren van belang.
Klachten onderhoudende factoren zijn:
– mechanische stress: bijvoorbeeld beperkte gewrichten, slechte werkhouding, (bellen met hoorn geklemd tussen schouder), knellende kleding.
– voeding: bijvoorbeeld vitamine tekort, alcoholmisbruik, roken, slecht eten
– bepaalde aandoeningen: suikerziekte, schildklierproblemen, orgaanproblemen (b.v. maag) etc.
– psychologische factoren: depressie, angst, stress, onbegrip spierstelsel door de patiënt
– chronische infecties

THERAPIE

De therapie zal gericht zijn op het inactiveren van de myofasciale triggerpoints, waardoor de strakke spierstrengen
worden losgemaakt die verantwoordelijk zijn voor de toegenomen spierspanning. De pijn zal hierdoor afnemen. Ook de
lengte van de spier moet weer genormaliseerd worden.
Er bestaan verschillende therapeutische technieken. De meest gebruikte technieken zijn:
– cirkelvormige knedingen met toenemende druk
– strijkingen met ijs gecombineerd met spierrekking (het blijkt dat een spierspasme/afweerspanning ten gevolge van rek te remmen is door een kortdurende intense koude prikkel toe te
dienen over de huid boven de spier met zijn triggerpoint en zijn bijbehorend uitstralingsgebied).
– warmte applicatie; dit geeft ontspanning in de spier.
– contract-relax (aanspannen en ontspannen) – leren ontspannen van de spier
Ook zijn (houdings)adviezen belangrijk en eventuele mobilisatieoefeningen.

WAT KAN DE PATIENT ZELF DOEN?

Belangrijk is om te ontdekken welke activiteit en/of houding precies de pijn veroorzaakt. Zo kan de therapeut analyseren
welke spieren hiervoor verantwoordelijk zijn. Ook is belangrijk na te gaan welke klachtonderhoudende factoren een rol
spelen, bijvoorbeeld stress, werkhouding etc. Vanzelfsprekend dient de patiënt een actieve rol in te nemen in de
behandeling door eventuele adviezen en oefeningen uit te voeren en actief mee te denken met de
behandeling.

HOEVEEL BEHANDELINGEN ZIJN NODIG?

Dit is een veelgestelde vraag en moeilijk te beantwoorden, daar geen persoon hetzelfde is. Er bestaat veel verschil in het
reactievermogen tussen mensen onderling, met name in het tempo waarin MFTP te inactiveren zijn. Hoe resoluter en
consequenter een patiënt zijn veroorzakende en klachtonderhoudende factoren aanpakt des te sneller een blijvend goed
resultaat wordt bereikt. In het algemeen geldt: hoe langer de periode is tussen het ontstaan van de klacht en het begin
van de behandeling, des te groter is benodigd het aantal behandelingen.
Men kan er vanuit gaan dat 3 tot 5 behandelingen nodig zijn om daadwerkelijk een goede verbetering te voelen.

%d bloggers liken dit: